Politiek-militair


Machtsvacuüm

Op 17 augustus 1945 roepen de nationalistische leiders Soekarno en Hatta de republiek Indonesië uit in de hoofdstad Batavia/Jakarta. Nederland erkent de nieuwe republiek niet. De Nederlands-Indische regering is nog in Australië, waardoor Nederlandse gezagsdragers in Indië niet veel kunnen doen. De meeste KNIL-militairen zijn zwak of ziek in Japanse kampen. In dit machtsvacuüm start een chaotische tijd waarin Nederland en Indonesië tegenover elkaar komen te staan. 


Geallieerden

Het duurt enige tijd tot geallieerde bondgenoten de afwezigheid van het Nederlands-Indische gezag opvullen. Brits-Indische troepen krijgen dan alleen de belangrijkste steden op Java en Sumatra nog onder controle. In Oost-Indonesië loopt de overname van het Japanse gezag aanmerkelijk soepeler.


Pemoeda’s

Op 2 oktober 1945 wordt H.J. van Mook, die vanuit Australië de belangen van Nederlands-Indië had behartigd, benoemd tot luitenant-gouverneur-generaal. Hij moet zorgen voor herstel van het koloniale gezag en de evacuatie en opvang van bevrijde geïnterneerden. De beloofde steun van geallieerden en Nederlanders komt echter te laat en Indonesische strijdgroepen, pemoeda’s, grijpen hun kans om de onafhankelijkheid van Indonesië met geweld te verdedigen. De pemoeda’s komen voort uit de Indonesische jeugdbewegingen die in de oorlog waren ontstaan – waarvan sommige volgens Japanse militaire tradities werden geschoold en getraind.


Geweld

Indonesische strijdgroepen proberen wapens te krijgen en de macht over te nemen. Geweld, plundering en moord overheersen tot het voorjaar van 1946. In de Nederlandse geschiedenis staat dit bekend als de Bersiap-periode (Bersiap = Weest paraat!). Het geweld en de impact van de Bersiap verschilt overigens sterk van plaats tot plaats.